Seksuele vorming: Seksuele ontwikkeling van kinderen

De clitoris en penis zijn hetzelfde orgaan. Iedereen begint lichamelijk als een meisje, pas na een week of zes, kan er een piemel ontstaan. Na hart en het zenuwstelsel werkt het geslachtsorgaan al vroeg in de embryonale fase. Er wordt al gemasturbeerd, vanaf 26 weken kunnen mannelijke foetussen bijvoorbeeld een erectie krijgen (Gianotten et al 2009: p.161). Vanaf zes maanden raken kinderen hun geslachtsdelen aan, vanaf het eerste jaar is hun motoriek zo ontwikkeld dat ze dit gericht en later ook ritmisch doen (ibid). Vanaf twee jaar groeit de interesse in het eigen lichaam en dat van anderen, met name de geslachtsdelen. Dit uit zich in het bekijken, aanraken en ook het laten zien van de eigen geslachtsdelen (ibid). Op een gegeven moment leren kinderen dat het ongepast is om dit in het openbaar te doen.

Verkennend gedrag
Seksuele spelletjes tussen kinderen zijn ook niet ongebruikelijk. Dit “biedt de mogelijkheid om elkaars lichaam te ontdekken of om seksueel gedrag te exploreren. Tijdens de kindertijd blijft dergelijk gedrag vaak beperkt tot zoenen en het bekijken en aanraken van geslachtsdelen. Orale seks en (pogingen tot) geslachtsgemeenschap komen slechts zeer zelden voor. [...] De meeste van deze ervaringen vinden niet onder druk of dwang plaats en worden achteraf als positief omschreven” (Gianotten et al 2009: p.162).

Dit alles is dus natuurlijk gedrag en heeft geen seksuele betekenis. We moeten volwassen seksualiteit niet op dat van kinderen projecteren. Ze hebben de vrijheid nodig om hun eigen lichaam en dat van anderen te leren kennen.

Infantilisatie
In een college van Willem Koops benoemde hij dat we in de afgelopen eeuwen kinderen steeds meer zijn gaan beschouwen als kind, afgescheiden van de volwassen-wereld. Met dit ‘infantilisatie’ werden kinderen in toenemende mate afgeschermd van agressie, de dood, geboorte en seksualiteit. Zodoende is er nog steeds een groot vacuüm in de kennis over ontwikkeling van seksualiteit bij kinderen. Het onderzoek begint steeds pas vanaf de puberteit. Want hoewel dit voor de seksuologie zeer relevant is, is de maatschappij hier niet klaar voor, er ligt een groot taboe op (Gianotten et al 2009: p.41). Zo is er bijvoorbeeld bezorgdheid over de mate waarop kinderen geseksualiseerd worden en seksuele beelden zien. De effecten hiervan op hun ontwikkeling zijn niet duidelijk, maar lijkt negatief te zijn (ibid: p.18).

Inzicht
Het is belangrijk om inzicht te krijgen over wat een ‘normale’ ontwikkeling van kinderen is.
“Deze kennis helpt ouders en opvoeders om rustig en goed voorbereid te kunnen reageren op seksueel gedrag en seksuele vragen van kinderen. Daarnaast helpt het hulpverleners om onderscheid te kunnen maken tussen ‘normale’ en ‘ongewone’ seksuele belangstelling van kinderen” (Gianotten et al 2009: p.160).

Seksuele voorlichting richt zich nog steeds op jongeren. Wat vreemd is, want kinderen zien seks al overal om zich heen. Om hen goed voor te kunnen bereiden en inzicht te geven, is het goed om al eerder het gesprek te openen. Gewoon op een ontspannen en spontane manier (vgl. Koops).


In dit artikel refereer ik naar mijn leerboek Seksuologie, 2009 door Gianotten, Vanwesenbeeck, & Weijenborg.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Menstruatie: de cup

Lichaamshaar, scheerverwachting, zelfbeeld en emancipatie

Experiment: schone haren zonder shampoo

Menstruatie 2: stoppen met de pil